ecbo - expertisecentrum beroepsonderwijs

ECVET ALS BIJDRAGE AAN LEVEN LANG LEREN

ECVET ALS BIJDRAGE AAN LEVEN LANG LEREN

Flexibel maatwerk voor volwassenen

Auteurs
Tijs Pijls, Managing Consultant CINOP Advies

maart 2016

Een leven lang leren, duurzame inzetbaarheid: het zijn speerpunten van beleid voor overheid en bedrijfsleven. Maar speelt ons beroepsonderwijs er wel voldoende op in? Jongeren komen er doorgaans uitstekend aan hun trekken, volwassenen een stuk minder. Zij hebben behoefte aan flexibele, efficiënte opleidingstrajecten. En daar schort het vaak aan. ECVET, het Europese systeem van certificeerbare eenheden, zou daar verandering in kunnen brengen.
 

Een blik in de toekomst

 
De baan voor het leven bestaat niet meer, dat weten we zo langzamerhand wel. Globalisering, robotisering en technologische ontwikkelingen zijn daar debet aan. Werkenden zullen moeten meebewegen met alle veranderingen en zich met een zekere regelmaat nieuwe kennis en vaardigheden eigen maken. En soms eenvoudigweg een ander beroep kiezen. Alternatieven zijn er niet.

Bij-, om- en opscholing zijn al met al belangrijker dan ooit. Je blijven ontwikkelen tijdens je loopbaan, anders gezegd. Direct komt dan het beroepsonderwijs in beeld. Dat functioneert prima als het erom gaat jongeren klaar te stomen voor een beroep. Slechts mondjesmaat weet het echter structureel in te spelen op de scholingswensen van volwassenen, van werkenden. Waar die vooral behoefte aan hebben, zijn flexibele en efficiënte opleidingstrajecten. Trajecten waarin ze precies kunnen bijspijkeren wat nodig is, zonder overbodige ballast. Trajecten met erkenning van wat mensen al weten en kunnen. En die zijn er nog veel te weinig. Een flinke stap vooruit is weliswaar gezet met de nieuwe beroepsgerichte kwalificatiestructuur. Die voorziet in gedifferentieerde leerroutes via de keuzedelen. Maar dat is nog niet voldoende. Er is meer nodig: kwalificaties die herkenbaar zijn opgedeeld in certificeerbare eenheden, die (inter)nationaal uitwisselbaar zijn en erkend worden.

Actuele ontwikkelingen


Leven lang leren, en de daaraan gekoppelde noodzaak van voortdurende om- en bijscholing, staat hoog op de politieke agenda. De afgelopen jaren heeft het kabinet verschillende brieven en adviesrapporten over dat onderwerp naar de Tweede Kamer gestuurd. In de Kamer is daar ook uitvoerig over gesproken en ook is een motie aangenomen, de motie Vermeij/Lucas, waarin om meer inzicht wordt gevraagd in de scholingsbehoefte van werknemers.   

Kern van deze brieven/rapporten en de Kamermotie (zie onderaan pagina voor beleidsdocumenten):
•    De noodzaak voor flexibilisering van onderwijs voor volwassenen. Dit om aan de vraag van de arbeidsmarkt te voldoen in het kader van Leven lang leren.
•    Meer en beter gebruik maken van verschillende vormen van validering.
•    De mogelijkheid openen voor mbo-instellingen om certificaten af te geven voor onderdelen van bestaande kwalificaties in de landelijke kwalificatiestructuur. Doel van dergelijke certificaten is om met name de vakbekwaamheid en arbeidsmarktpositie van volwassenen te vergroten.

Wat die certificaten betreft: die komen er, vanaf het schooljaar 2016-2017. De brief van de minister van OCW aan de Kamer in 2014 opent deze mogelijkheid. Het gaat om door de overheid erkende certificaten, met in de toekomst credits, die mbo-instellingen kunnen afgeven aan volwassenen. In 2015 is gewerkt aan de nadere uitwerking van deze maatregel. Een certificaat kan verbonden worden aan een onderdeel van een kwalificatie of aan een keuzedeel. De invoering van certificaten gebeurt gefaseerd; gestart wordt met het verbinden van certificaten aan keuzedelen, daarna volgen andere onderdelen van een kwalificatie. Aan de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) is gevraagd om aan te geven welke keuzedelen een zelfstandige betekenis hebben op de arbeidsmarkt.
 

ECVET: certificeerbare eenheden


Met de introductie van certificaten wint het Europese systeem van certificeerbare eenheden voor beroepsonderwijs en –opleiding, ECVET (European Creditsystem for Vocational Education and Training), verder aan belang. Ook in Nederland wordt daar al enkele jaren mee geëxperimenteerd. Naar tevredenheid, ook van het kabinet. In het algemeen overleg met de Tweede Kamer van 27 januari 2016 noemde minister Bussemaker OCW de ECVET-pilots als voorbeeld van flexibel maatwerk voor volwassenen. Daarbij benadrukte zij de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven.

Het ECVET-systeem dateert van 2009. Het gaat om een breed gedragen initiatief, ondersteund door de Europese Raad en het Europees Parlement. Doel is om de samenwerking tussen lidstaten op het gebied van het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie te stimuleren. Bijzonder is dat ECVET zich baseert op leeruitkomsten, ook wel leerresultaten genoemd. Het maakt daarbij niet uit hoe en waar een bepaald resultaat wordt behaald. Via formele, informele of niet-formele scholing, of via werkervaring. In eigen land of elders. ECVET maakt het mogelijk om de omvang van leerresultaten aan te tonen in de vorm van credits (studiepunten). Op die manier wordt het een stuk gemakkelijker om een beroepskwalificatie te behalen en de waarde van een eenheid aan te tonen. Op basis van studiepunten en de niveau-aanduiding vanuit het EQF/NLQF.

Zie onderaan voor de officiële definitie van ECVET**.
    

Flexibel leren


ECVET is erop gericht om flexibel leren binnen het beroepsonderwijs te bevorderen. Maar ook om volwassenen op een efficiënte wijze van werk naar werk te helpen. Vooral voor volwassenen betekent ECVET een flinke stap voorwaarts. Want wie nu werk en leren wil combineren, heeft het bepaald niet gemakkelijk. De huidige kwalificatiestructuur en de inrichting van het onderwijs schieten tekort door het ontbreken van voldoende certificeerbare eenheden. Onderzoek van o.a. ecbo (Van Kuijk, Vrieze e.a., 2010) benoemt het afschaffen van deelcertificaten en het vasthouden aan het leerstofjaarklassensysteem als de voornaamste remmers voor het huidige beroepsonderwijs.

ECVET doorbreekt die impasse. Het biedt de mogelijkheid om volwassenen flexibel maatwerk te bieden, met erkenning van wat ze al kunnen. Op verzoek van OCW zijn in 2015 enkele ECVET-pilots uitgevoerd om te onderzoeken of een sluitend systeem voor individuen mogelijk is. De voorlopige resultaten van de pilots zijn zeer bemoedigend. Ze laten zien dat vraaggestuurd maatwerk voor volwassenen op basis van validering mogelijk is en winst oplevert.

Zorgorganisatie ASVZ heeft twee pilots uitgevoerd. Aan de ene namen 18 werknemers deel, waarvan 10 de opleiding (nominale duur: drie jaar) in vijf maanden wisten af te ronden. Aan de tweede pilot namen 23 personen deel: 9 deelnemers rondden de opleiding af in zes maanden en 14 in zeven tot tien maanden.

Bij een andere zorgorganisatie, De Friese Wouden, betekende de ECVET-pilot voor 16 deelnemers verkorting van de opleiding met één jaar. Het definitieve onderzoeksverslag van deze pilots wordt begin 2016 verwacht.

Waarom ECVET?


ECVET, gestimuleerd vanuit de Europese Commissie, wordt in Nederland voor drie doeleinden ingezet.

1.    Mobiliteit en erkenning
ECVET maakt het op eenvoudige wijze mogelijk elders behaalde leerresultaten te erkennen. Dat bevordert de mobiliteit van werknemers, nationaal en internationaal. Het systeem resulteert in een gemeenschappelijke taal en stimuleert uitwisselingen en wederzijds vertrouwen tussen aanbieders van beroepsonderwijs en bevoegde instellingen in heel Europa. ECVET draagt ertoe bij dat erkende mobiliteit een integraal onderdeel vormt van het individuele leertraject. Het zorgt ervoor dat de toekomstige werkgever de behaalde leerresultaten in het buitenland beter begrijpt. Door de identificatie van de buitenlandse verworvenheden draagt het ook bij aan de geloofwaardigheid van onderwijs en opleiding elders.

2.    Leven lang leren
ECVET biedt flexibiliteit bij het verkrijgen van kwalificaties en verbetert daarmee de mogelijkheden voor Leven lang leren. Met ECVET zijn de verworvenheden die jongeren of volwassenen hebben opgedaan in andere contexten, makkelijker te herkennen. Denk hierbij aan andere landen, instellingen of systemen met inbegrip van formeel, niet-formeel of informeel leren.

3.    Aantrekkelijkheid van beroepsonderwijs
ECVET maakt het gemakkelijker om studenten de kans te bieden om delen van hun opleiding in het buitenland te volgen. Aanbieders van beroepsonderwijs kunnen zo de aantrekkelijkheid van hun opleidingen vergroten, hun opleidingsaanbod verrijken, de samenwerking met bedrijven faciliteren en de band tussen onderwijs, opleiding en de arbeidsmarkt versterken.

Samenhang met andere Europese instrumenten


ECVET staat niet op zichzelf. Versterking van arbeidsmobiliteit is een prominent thema binnen Europa. Het Kopenhagenproces, zo heet de Europese samenwerking op het vlak van beroepsonderwijs en -opleiding in de wandelgangen. Binnen dit Kopenhagenproces zijn gemeenschappelijke raamwerken ontwikkeld voor onder meer niveauaanduiding van kwalificaties (EQF/NLQF) en een systematiek om kwalificaties op te delen in onderdelen. Ook de koppeling aan studiepunten (ECVET) is een resultaat van deze inspanningen.

EVC, erkenning van elders verworven competenties, is een onmisbare schakel binnen het Kopenhagenproces. Vooral als instrument voor het valideren en benutten van informeel en non-formeel leren. Dat valideren, in algemene zin, vindt plaats op verschillende niveaus. Het NLQF valideert op het niveau van de kwalificatie, ECVET op het niveau van onderdelen van een kwalificatie, en EVC en andere valideringsinstrumenten stellen de waarde vast op het niveau van het individu. Een essentiële voorwaarde hierbij is het gebruik van leeruitkomsten (Kennis, Meijer & Hövels, 2010). Europa dringt daar al enige tijd op aan. En wat dat betreft, verkeert Nederland in een koppositie. Immers, leeruitkomsten vormen het fundament van de huidige kwalificatiestructuur van het beroepsonderwijs (Kans, 2015).

Overdraagbaarheid van resultaten


Flexibilisering van het beroepsonderwijs lukt niet zonder een goede overdraagbaarheid van resultaten. Van belang is vooral dat er certificeerbare eenheden gaan komen, gekoppeld aan credits. Een mooi voorbeeld hoe dit kan is de minorenbank in het hoger onderwijs. Kies Op Maat heeft tot doel de mobiliteit van studenten binnen het hoger onderwijs te verhogen. Studenten kunnen een vak of minor kiezen die past bij hun studie en wordt aangeboden bij een andere hogeschool of universiteit in Nederland. Het ‘uitstapje’ verloopt veelal kosteloos en de student heeft de zekerheid dat de module wordt erkend door de eigen opleiding. Op de website van Kies op Maat staat duidelijk hoeveel credits aan het vak of minor gekoppeld zijn. Ook zijn er in het hoger onderwijs mogelijkheden om in buitenland passende en erkende minoren te volgen.

Voor het middelbaar beroepsonderwijs is er nog een weg te gaan. Een begin is gemaakt met certificeerbare eenheden in de vorm van keuzedelen. Ook ontwikkelen scholen in internationaal verband programma’s en vakken om internationale uitwisselingen mogelijk te maken. Hierdoor kunnen studenten bijvoorbeeld specialistisch onderwijs in het buitenland volgen en erkend krijgen door hun ‘thuisinstelling’.

Binnen het Erasmus+ programma en de voorganger Leonardo da Vinci zijn veel projecten met ECVET-principes uitgevoerd. Een voorbeeld is NETINVET, waarin het valideren van internationale beroepspraktijkvorming (iBPV) met ECVET beter werd gestructureerd. Het ging daarbij om een kwaliteitsimpuls bij de beoordeling en examinering. Een tweede voorbeeld is Practical nurse on the European labour market, een vergelijking van opleidingen verzorging in de deelnemende landen. Daarmee werd de basis gelegd om ECVET-units te ontwikkelen die werken over de grens mogelijk te maken, zonder dat een afgestudeerde de gehele opleiding in het andere land opnieuw moet volgen.

Voor meer afgeronde projecten zie: http://www.ecvet.nl/projecten.aspx.

Waardevolle projecten, zonder twijfel. Echter, er is in Nederland nog geen creditsysteem voor gehele kwalificaties. Keith Brumfitt, een van de ontwikkelaars van het creditsysteem in het Verenigd Koninkrijk, benadrukte tijdens een studiebezoek in Nederland om hierbij niet over een nacht ijs te gaan. De ervaringen in Engeland hebben verschillende inzichten opgeleverd:
•    In de ontwikkelingsfase focussen op één doelgroep (bijvoorbeeld alleen volwassenen).
•    Aandacht voor draagvlak bij verschillende stakeholders (vooral het onderwijs).
•    Voldoende controle en zicht op organisaties die credits toekennen.

Mits goed geregeld, is het voor werknemers en werkgevers interessant als eenheden uitwisselbaar zijn tussen kwalificaties gereguleerd door de branche en door de overheid.

Flexibel beroepsonderwijs in de praktijk


Stel dat het lukt, een zorgvuldige definiëring van onderwijseenheden op basis van leerresultaten. Volwassenen hoeven dan in principe nog alleen die onderdelen van een beroepsopleiding te volgen die zij nog niet beheersen. Maar daarmee heb je nog geen flexibel onderwijs! Binnen het bekostigde onderwijs liggen dan nog steeds belemmeringen als gevolg van regelgeving, in de vorm van de urennorm bijvoorbeeld. Ook mogen certificaten niet bekostigd worden. Verder zullen belemmeringen in de organisatie van het onderwijs moeten worden weggenomen.

Veelzeggend is dat 80 procent van de volwassenen die een opleiding volgt, dat doet bij een private aanbieder (bron www.nrto.nl). Private aanbieders lijken door hun flexibele aanpak en maatwerktrajecten de meest geschikte partij. Hier ligt dus een mooie uitdaging voor het reguliere beroepsonderwijs: het in huis krijgen van volwassenen die op een flexibele en efficiënte wijze invulling willen geven aan Leven lang leren. Belangrijke voorwaarde is het doorzetten van de ontwikkeling van certificering en credits en de bewustwording dat beroepsonderwijs voor volwassenen andere eisen en aanpak stelt dan beroepsonderwijs voor jongeren.

Tot slot


Is het werken met ECVET nieuw? Of is het oude wijn in nieuwe zakken? Is het een ander woord voor modulair of flexibel onderwijs? Feitelijk gaat het niet om deze discussie. Essentieel is dat het principe van ECVET een andere focus in de organisatie van het onderwijs brengt dan tot nu toe het geval is. Met meer mogelijkheden (voor met name volwassenen) om het onderwijs te flexibiliseren op basis van modules en certificeerbare eenheden, op basis van leeruitkomsten en validering van eerder opgedane kennis en vaardigheden. Maar ook met randvoorwaarden die het voor volwassenen mogelijk maken om flexibel te leren: loslaten van leerstofjaarklassensysteem, herkenbare en overdraagbare certificeerbare eenheden (gekoppeld aan credits en het EQF), en vraagfinanciering à la het voucherstysteem waarmee in het hoger onderwijs wordt geëxperimenteerd.

Kortom, de bereidheid om volwassenen op maat te bedienen. Zodat deze in staat worden gesteld om invulling te geven aan Leven lang leren. De ECVET-pilots hebben laten zien dat het mogelijk is om volwassenen op een flexibele manier te laten leren wat ze nodig hebben met erkenning van wat men al kan. Door bestaande kaders en de toegankelijkheid aan te passen. Op die manier wordt het voor volwassenen pas echt aantrekkelijk om te leren.
 
 
 
 
**Officiële definitie ECVET:
ECVET is een systeem voor de accumulatie en overdracht van eenheden van leerresultaten in het beroepsonderwijs en de beroepsopleiding in Europa. Hierdoor kan men leerresultaten aantonen en laten registreren die binnen een verschillende context zijn verkregen, zowel in het buitenland als via formele, informele of niet-formele leertrajecten. De leerresultaten kunnen dan met het oog op accumulatie en het verkrijgen van een kwalificatie worden overgedragen naar de context van het ‘thuissysteem’ van de persoon (www.ecvet.nl).
 

Enkele deskundigen:


  • Marijke Dashorst, ECVET expert, zelfstandig adviseur, voormalig DG EAC van de Commissie als detached national expert.
  • Drs. Gonnie van Eerden, NCP ECVET en consultant Nationaal Agentschap Erasmus+ (geerden@cinop.nl).
  • Drs. Regina Kleingeld, directeur NCP NLQF (Rkleingeld@ncpnlqf.nl).

REAGEREN

E-mailadres:
Plaats hier uw reactie:

REACTIES

Zoeken
Geef uw mening over de Canon

ALLE ARTIKELEN