ecbo - expertisecentrum beroepsonderwijs

ACTOREN IN HET MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS

ACTOREN IN HET MIDDELBAAR BEROEPSONDERWIJS

Het middelbaar beroepsonderwijs heeft veel vrienden

Auteurs
Anneke Westerhuis, Expertisecentrum Beroepsonderwijs
update juli 2017 

maart 2015

Het middelbaar beroepsonderwijs is voor vele geledingen van onze samenleving belangrijk. Voor studenten en hun ouders, voor werkgevers, gemeenten, scholen van waaruit leerlingen naar het mbo gaan (vmbo, maar ook havo en soms vwo en hbo) en scholen waarop mbo-leerlingen terechtkomen (hbo). In de eerste helft van de jaren ’90 van de vorige eeuw, in de aanloop naar nieuwe wetgeving voor het middelbaar beroepsonderwijs, was voor de overheid een belangrijke vraag of de landelijke politiek en het landelijk beleid de invloed op de gang van zaken in het middelbaar beroepsonderwijs niet met anderen zou moeten delen. De  overheid zou minder moeten regelen en op afstand staan om ruimte te maken voor andere belanghebbenden.  
 
Vanaf dat moment praten steeds meer organisaties mee over het middelbaar beroepsonderwijs, landelijk maar vooral ook in de regio. Deze organisaties worden doorgaans aangeduid met de term ‘actoren’. De term is niet gemunt. Dat wil zeggen dat er geen overzichtslijst is van als actor erkende organisaties, of van de onderwerpen waarover actoren mogen meepraten of van de mate waarin hun inbreng moet meewegen in de besluitvorming. Er is geen wettelijke regeling die de invloed van actoren regelt, met als enige uitzondering de wettelijke afspraken over de invloed van het bedrijfsleven op de samenstelling van landelijk kwalificatiedossiers. Evenmin is aan specifieke instituties gedacht of zijn bepaalde overlegvormen voorgeschreven. Het is eerder andersom; het wordt steeds gebruikelijker organisaties die betrokken zijn bij het beroepsonderwijs ‘actor’ te noemen. Er zijn inmiddels vele ‘actoren’. Soms worden zelfs personen die in het onderwijs werken als actor aangeduid, zoals blijkt uit het volgende citaat: “dat het van groot belang is dat een dialoog ontstaat tussen het vo en het mbo, waarbij de uitvoerende actoren in het onderwijs, zoals docenten, mentoren en coaches, nauw betrokken worden.” Inmiddels zijn termen als beleidsactoren, strategische actoren, actoren in de onderwijsontwikkeling, LOB-actoren gangbaar geworden.
 
De veelheid – en diversiteit van – actoren nodigt uit om ze te classificeren. Een grove ordening en opsomming, die absoluut niet volledig is, zou de volgende kunnen zijn. In deze opsomming zijn overigens alleen organisaties in de landelijke en regionale omgeving van mbo-instellingen opgenomen:

Op landelijk niveau:
•    Onderwijsbeleid: het ministerie van OCW, het ministerie van EZ (landbouwonderwijs), SBB, MBO Raad, AOC Raad, NRTO, JOB, Onderwijsraad, Inspectie van het Onderwijs 
•    Personeel en organisatie: MBO Raad, AOb, O-CNV, CMHF/Unie, BVMBO (Beroepsvereniging opleiders mbo)
•    Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt: branche- en sectororganisaties, beroepsverenigingen, SBB, VNO/NCW, FNV, SER
•    Onderwijsinnovatie: MBO in bedrijf, Platform Bèta Techniek
•    Onderzoek en kennisontwikkeling: ecbo, Cito, SLO, KPC, CPS, NRO
 
Op regionaal- en instellingsniveau:
•    lokale overheden: gemeenten, provincie
•    regionale werkgeversorganisaties, KvK, het regionaal bedrijfsleven (en hun regioorganisaties)
•    Regionale hulp- en zorginstanties, sportverenigingen
•    Lokale studentenorganisaties
•    Vertegenwoordigers van ouders en van verschillende bevolkingsgroepen
•    Aanpalend onderwijs (vmbo, havo, hbo) 
•    Lerarenopleidingen, lectoraten van hogescholen


Hoe meer zielen?

Het grote aantal actoren duidt op het belang van het beroepsonderwijs, maar heeft ook schaduwkanten. Zo merkt de Onderwijsraad op dat deze uitbreiding tot een vorm van ‘re-regulering’ heeft geleid; voor de regels van de overheid zijn regelingen van actoren in de plaats gekomen. Ook is de rol- en taakafbakening tussen actoren niet altijd helder. Daardoor zijn spanningen tussen actoren niet te vermijden.
 
Dat er spanningen zouden ontstaan door de uitbreiding van het aantal actoren was vooraf te voorzien. Maar die zouden vanzelf oplossen, getuige de aanname van de overheid dat de actoren  - om in de beeldspraak te blijven - zich aan de hen toegedachte rol zouden houden: ‘Het nieuwe bestel zal door de aanwijzing en positionering van deze actoren een hoge mate van zelfregulering moeten kennen, waarbij de diverse actoren binnen de aan hen bemeten taken en verantwoordelijkheden kunnen functioneren zonder voortdurende ingrepen en bijsturing door bijvoorbeeld de zijde van de Rijksoverheid’ (geciteerd bij Honingh, 2008, 13). 
 
De aanname is van 1993 en spanningen zijn er zeker gekomen. Maar niet iedereen was er ook van overtuigd dat ze zich zouden laten kanaliseren in overleg en gezamenlijke afspraken. Het is weer de Onderwijsraad die in 2001, de WEB is dan vijf jaar ingevoerd, opmerkt dat de in de WEB gecreëerde ruimte voor de verschillende actoren niet automatisch een beter functionerende mbo-sector oplevert. Spanningen tussen de wensen van actoren houden de besluitvorming. En actoren kunnen elkaar in de weg zitten. Besluiten van landelijke actoren kunnen de wensen van lokale actoren frustreren. In de praktijk blijkt dat verschillen in verwachtingen en wensen veelal niet weggeorganiseerd kunnen worden. 
 
Het openstellen van scholen voor actoren roept effecten op die niet waren voorzien. Waslander, Hooge en Theisens et al. (2017) noemen het typerend voor Nederland dat in combinaties van sectoren en beleidsthema’s gelegenheidsnetwerken ontstaan met eigen vormen van overleg en sturing. Op bestuurlijk, maar ook op uitvoerend niveau, worden in verschillende overleggremia afspraken gemaakt die aanpassing van de onderwijsorganisatie vragen. Anders dan het kanaliseren van wensen in één overleg, zijn er verschillende parallel opererende overleggen waarvan de uitkomsten gelijktijdig in de werkroutines van de onderwijsgevenden vertaald moeten worden. Het is de vraag of de oplossing voor deze sturingsoverload gevonden kan worden in het verder versterken van het bestuurlijk vermogen op alle niveaus van de instelling. Tenminste niet als dat betekent dat op de werkvloer de opdracht wordt neergelegd een modus te vinden voor het omgaan met tegenstrijdige wensen.  
 
Voor scholen blijft het belangrijk bij hun regionale partners niet in het idee te bevestigen dat ze hun claims zonder meer op de deurmat van de school kunnen leggen. De school is een focuspunt van meerdere belangen die - met alle actoren - ten opzichte van elkaar gewogen moeten worden. Maar het wordt er niet makkelijker op….  
 
 

Enkele deskundigen:


Prof. dr. Edith Hooge, hoogleraar ‘Boards and Governance in Education’ en vice-decaan, TIAS School for Business and Society, Tilburg University.

Dr. Frans de VijlderLector ‘Goed Bestuur en Innovatiedynamiek in Maatschappelijke Organisaties’, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.
 

Bronnen:


  • Bronneman-Helmers, R. (2011). Overheid en onderwijsbestel. Beleidsvorming rond het Nederlandse Onderwijsstelsel (1990-2010). (dissertatie). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Honingh, M.E. (2008). Beroepsonderwijs tussen Publiek en Privaat. Een studie naar opvattingen en gedrag van docenten en middenmanagers in bekostigde en niet-bekostigde onderwijsinstellingen voor middelbaar beroepsonderwijs (dissertatie). Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.
  • Lenssen, L. (2011). Hoe sterk is de eenzame fietser? Een onderzoek naar de relatie tussen individuele ontwikkeling en de toegankelijkheid van het onderwijsbestel in Nederland. (dissertatie). Antwerpen-Apeldoorn: Garant.
  • Onderwijsraad (2001). WEB: werk in uitvoering. Een voorlopige evaluatie van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs. Den Haag: Onderwijsraad.
  • Vink, R., Oosterling, M., Vermeulen, M., Eimers, T., Kennis, R. (2010). Doelmatigheid van het middelbaar beroepsonderwijs. Tilburg/Nijmegen: IVA Onderzoek en advies. 
  • Waslander, S., Hooge, E.H. & Theisens, H.C., (2017). Zicht op sturingsdynamiek. Tilburg: TIAS School for Business and Society
 
 
 

REAGEREN

E-mailadres:
Plaats hier uw reactie:

REACTIES

Zoeken
Geef uw mening over de Canon

ALLE ARTIKELEN