ecbo - expertisecentrum beroepsonderwijs

AFFECTIEVE DIMENSIE VAN LEREN

AFFECTIEVE DIMENSIE VAN LEREN

Leren met een goed gevoel

Auteurs
Patricia Brouwer, Expertisecentrum Beroepsonderwijs

mei 2012

Een mbo-deelnemer die zich op zijn gemak voelt, met plezier naar school gaat, presteert beter. Het klinkt bijna vanzelfsprekend. Maar hoe steekt het precies in elkaar, die link tussen ‘affecten’ - de subjectieve belevingswereld van de leerling – en het leerproces? En hoe krijg je er vat op als docent?
 
Het meubilair is krakkemikkig, de verwarming doet het niet, het vocht loopt van de muren. Heel vervelend allemaal. Als docent zou je het liefst gillend weglopen. Maar geldt dat ook voor de leerlingen? Dat valt te bezien. Misschien schept die armoedige leeromgeving wel een bijzonder saamhorigheidsgevoel dat motiveert.
Het is niet zozeer de objectieve leeromgeving die telt, het gaat om de beleving ervan: de subjectieve leeromgeving. En die kan per leerling verschillen, zo blijkt uit onderzoek van Boekaerts en Simons (1995). Een belangrijke vaststelling, want juist die beleving is van grote invloed op de betrokkenheid en houding bij het leren. En daarmee op de verwerking en/of interpretatie van informatie; het leren dus.

De rol van ‘affecten’

Beleving: dat staat voor alle ‘affecten’ die de leeromgeving oproept. Positieve en negatieve gedachten over leertaken, en gevoelens en emoties rond leersituaties. Vooral emoties leggen gewicht in de schaal. Wat zijn dat eigenlijk? In wetenschappelijke termen: veranderingen in het fysiologische systeem. Ze onderbreken waar de leerling mee bezig is en bereiden het lichaam voor op actie. Emoties hebben in feite twee functies. In de eerste plaats een adaptatiefunctie: de mogelijkheid (in deze context) van de leerling om zich aan te passen aan de omgeving. En daarnaast een waarschuwingsfunctie: de leerling ontdekt een discrepantie tussen wat hij weet over een bepaald persoon, object of situatie, en wat er op dat moment in de realiteit gebeurt.
Emoties zijn bijvoorbeeld vreugde, verdriet, angst, woede, verbazing en afschuw. Ze zijn nooit als zodanig in een situatie aanwezig, maar ontstaan door de betekenis die de leerling aan een situatie toekent. Een voorbeeld, uit het eerder genoemde onderzoek van Boekaerts en Simons:

Hanneke dacht dat ze haar eindwerk voor Nederlands morgen moest inleveren, en dat ze bijgevolg vanavond nog tijd had om er de laatste hand aan de leggen. Het is bijna klaar en ze is er echt trots op. Wanneer de lerares haar vraagt waarom ze haar eindwerk niet heeft ingeleverd, gaat haar hart sneller kloppen, haar keel wordt droog en ze voelt zich rood worden. Ze beseft dat er iets mis is. (...) Als het werk vandaag moest worden ingeleverd is alles voor niets geweest, want mevrouw Vanduin duldt geen laatkomers.  

Angst en schoolstress

Angst is de emotie waar het hier om draait. Dat is dan tegelijk de meest onderzochte emotie in het onderwijs. Angst bijvoorbeeld in de vorm van schoolstress. Een veelvoorkomend fenomeen. De leerling vergelijkt de taakeisen -- de draaglast -- met zijn eigen mogelijkheden om aan die eisen te voldoen: de draagkracht. Levert dat een discrepantie op, dan kunnen er twee dingen gebeuren. De leerling kan het verschil als positief ervaren, het roept een gevoel van opgewondenheid op. De leerling ziet de taak bijvoorbeeld als een uitdaging of als een gelegenheid om te laten zien hoe goed hij is.
Maar wat als de leerling er een negatief gevoel bij heeft? Dan roept de taak spanning op. De leerling ziet deze als bedreigend, is bijvoorbeeld bang om een slechte beoordeling te krijgen.

Omgaan met emoties

Emoties zijn er wel of niet. Het is maar net welke betekenis een leerling toekent aan een bepaalde leertaak of leersituatie. Problematisch wordt het als een leerling zich voortdurend laat leiden door emoties. Dan wordt het erg moeilijk de aandacht houden bij waar hij mee bezig is. Daarom is van belang om emoties en gevoelens zoals die worden opgeroepen, enigszins te beheersen. Coping noemen we dat. En daar kunnen we de leerling bij helpen. Het kan onderdeel vormen van het leerproces. Hoe om te gaan met signalen die bijvoorbeeld bedreiging, schade en verlies voorspellen?

Strategieën van coping

Leerlingen gaan op uiteenlopende manieren om met emoties (of iets breder geformuleerd: affecten), zo blijkt uit onderzoek van Vermunt & Verloopt (1999). Zij onderscheiden vijf strategieën van coping:

  1. Motiveren/verwachten: het opbouwen en onderhouden van de wil en verantwoordelijkheid om te leren, en het opbouwen van succesverwachtingen over het verloop en de eigen bijdrage aan de resultaten van het leerproces. Voorbeeld: de leerling beloont zichzelf nadat hij bepaalden subdoelen heeft behaald of denkt aan de negatieve consequenties wanneer hij stopt met leren.
  2. Concentreren/inspannen: het richten van de aandacht op taakrelevante aspecten, het omgaan met taakafleidende en voor de taak irrelevante gedachten en emoties, en het verrichten van denkactiviteiten die mentale energie vereisen. Voorbeeld: de leerling elimineert zijn verlangen naar alternatieve bezigheden of  is volhardend in de uitvoering van zijn taak, ook als zich problemen voordoen.
  3. Attribueren/zichzelf beoordelen: het toeschrijven van leeruitkomsten aan oorzakelijke factoren en het evalueren, waarderen en beoordelen van zichzelf als lerende. Voorbeeld: de leerling schrijft faalervaringen toe aan een gebrek aan inzet of aan een gebrek van bekwaamheid.
  4. Waarderen: het toekennen van subjectieve waarden aan leertaken, resulterend in de wil of onwil om energie te investeren in de leertaak. Voorbeeld: de leerling schat op een bepaalde manier de taakrelevantie in, of de mate waarin de taak bijdraagt aan het behalen van zijn persoonlijke doelen.
  5. Omgaan met emoties: het genereren, handhaven en herstellen van positieve gevoelens van welzijn, zelfvertrouwen en commitment, en het omgaan met negatieve gevoelens als angst, onrust, onderzekerheid, boosheid, stress, twijfel, frustratie en hulpeloosheid. Voorbeeld: de leerling gaat stress vermijden, of gaat realistische leerdoelen stellen. 
 

Beroepsonderwijs: keuzeprocessen

Emoties, affecten, spelen een rol in elke leersituatie, in alle vormen van onderwijs. Dus ook in het mbo. Zelfs op nog een extra manier: bij keuzeprocessen van deelnemers. En daar zit het mbo vol mee. Zit ik hier wel op mijn plek? Komen mijn talenten tot hun recht? Past deze opleiding bij mij? In welk beroep of specialisatie wil ik gaan werken?
Zo’n toekomstperspectief kan in de loop van de tijd veranderen: concreter worden of verschuiven of verbreden. Maar altijd is er, in welke vorm dan ook, een perspectief op basis waarvan de deelnemer beslissingen neemt en keuzes maakt. Het ontwikkelt zich op basis van ervaring. Een belangrijk gegeven, wat dat biedt aanknopingspunten om jongeren op dit punt te helpen. Hoe? Door ze ervaring te laten opdoen en daar door middel van reflectie een beeld van zichzelf uit te ontwikkelen.
Wat goed werkt, zo blijkt uit onderzoek van Meijers, Kuijpers en Winters (2010) is een loopbaangerichte leeromgeving.  Dat is een omgeving die de deelnemer in staat stelt om:
  • levensechte praktijkervaringen op te doen;
  • invloed uit te oefenen op zowel de inhoud, voortgang als evaluatie van zijn ‘loopbaan-leerproces’;
  • op basis van vertrouwen een dialoog aan te gaan over zijn leerervaringen.

Essentieel is in hoeverre er overeenstemming bestaat tussen wat het beroep vraagt en het eigen toekomstperspectief. Als die match er is, zal dat motiverend werken. Immers, er wordt geappelleerd  aan iets waar al een intrinsieke motivatie voor aanwezig is.  En vanuit intrinsieke motivatie doen mensen nu eenmaal beduidend meer hun best dan vanuit extrinsieke motivatie.

Enkele deskundigen:


Dr. Peter den Boer, lector keuzeprocessen bij ROC West-Brabant en daarnaast werkzaam als freelance onderzoeker/adviseur. De inhoudelijke expertise van Peter richt zich op de thema’s aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt, professionaliteit en professionalisering en onderwijsontwikkeling.
Prof.dr. Fred Korthagen, bijzonder hoogleraar bij de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit en daarnaast werkzaam als onderzoeker, onderwijsontwikkelaar en adviseur. Zijn specialismen zijn reflectie en zelfsturing als centrale aspecten van professionele ontwikkeling. Hij is mede-ontwikkelaar van de kernreflectiebenadering, waarin denken, voelen en willen geïntegreerd worden en waarin de kracht van de persoon wordt aangesproken (‘krachtgericht coachen’).

Bronnen:


  • Berg, T. van den, Hazelebach, C., Korthagen, F., Oldeboom, B. & Tempels, C. (2006). 
Kernreflectie bij bewegen. VELON Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 27(2), 19-25.
  • Boekaerts, M. & Simons, P.R.J. (1995). Leren en instructie: psychologie van de leerling en het leerproces. Assen: Van Gorcum.
  • Boer, P.R. den (2011). Emoties horen bij keuzes maken. Van Twaalf tot Achttien, juni, 20-21.
  • Boer, P. den (2009). Kiezen van een opleiding: van ervaring naar zelfsturing. Can it be done? Intreerede lectoraat keuzeprocessen. Etten-Leur: ROC West-Brabant.
  • Meijers, F., Kuijpers, M. & Winters, A. (2010). Loopbaanbegeleiding en loopbaandialoog in het onderwijs. In Handboek Effectief Opleiden, 54/85, 11.7, 13.01-13.24.

REAGEREN

E-mailadres:
Plaats hier uw reactie:

REACTIES

Zoeken
Geef uw mening over de Canon

ALLE ARTIKELEN