ecbo - expertisecentrum beroepsonderwijs

KWALIFICATIESTRUCTUUR VAN HET MBO

KWALIFICATIESTRUCTUUR VAN HET MBO

Hét communicatie-instrument voor onderwijs en bedrijfsleven

Auteurs
Anneke Westerhuis, Expertisecentrum Beroepsonderwijs

augustus 2014

Is het: u (bedrijfsleven) vraagt, wij (middelbaar beroepsonderwijs) draaien? Of moet het mbo studenten meer dan beroepsgebonden competenties meegeven? Bijvoorbeeld kennis over de samenleving of kennis die nodig is om de stap naar een vervolgopleiding te kunnen maken? Zie daar het spanningsveld waarin kwalificaties van het mbo vorm krijgen: welke competenties zijn belangrijk als bagage voor een onzekere toekomst?  
 
Kwalificaties, vastgelegd in een kwalificatiedossier, vormen het richtsnoer voor alle mbo-opleidingen. Ze geven aan keuze-opties studenten hebben tussen en binnen opleidingen en welke kennis en vaardigheden ze zich eigen moeten maken. Aan het beroepsonderwijs om dat proces te sturen en het leren te begeleiden. De onderwijskundige optiek, kun je dat noemen.

Vanuit de arbeidsmarkt bezien staan in een kwalificatiedossier de eisen waaraan een beginnend beroepsbeoefenaar moet voldoen. Dat lijkt hetzelfde, maar is het niet. Al zo lang het middelbaar beroepsonderwijs bestaat staan beide perspectieven op enigszins gespannen voet. Het is de spanning tussen de wensen van bedrijven die het liefst mbo-studenten willen hebben die precies hebben geleerd wat het bedrijf nodig heeft en de wensen van de scholen om niet te worden opgescheept met een grote variëteit van opleidingen die hen voor grote organisatorische, logistieke en financiële problemen stelt. Dit is de rode draad in de discussies rond de opeenvolgende wijzigingen van de kwalificatiestructuur.
 

Beroepsonderwijs en bedrijfsleven: zoeken naar balans 

Samen de schouders eronder: dat is de tijdgeest in de jaren van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. De grote vraag naar geschoolde medewerkers zorgt voor een stevige band tussen onderwijs en bedrijfsleven. Het beroepsonderwijs is van eminent belang om het land er weer bovenop te helpen. Dat verandert eind jaren zestig, als de welvaart toeneemt en het beroepsonderwijs onder invloed komt van het ontplooiings- en gelijkheidsdenken. De reactie van het bedrijfsleven is voorspelbaar: het beroepsonderwijs verliest zijn betekenis voor de economie. 

Begin jaren tachtig herstelt de relatie tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven zich.  Afgesproken wordt dat beide partijen voortaan gezamenlijk de eindtermen van het middelbaar beroepsonderwijs, de kwalificaties, vaststellen. Maar ook dat die eindtermen niet langer uitsluitend betrekking hebben op de beroepsuitoefening, maar ook op doorstroom naar vervolgopleidingen (binnen en buiten het middelbaar beroepsonderwijs, inclusief een leven lang leren) en deelname aan de maatschappij. Het middelbaar beroepsonderwijs heeft met andere woorden een drievoudige kwalificeringsopdracht. Deze opdracht wordt formeel vastgelegd in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) van 1996. 
 

Uiteenlopend beeld van kwalificatiestructuur 

Met de WEB evolueren kwalificaties, maar ook het proces waarin het beroepsgerichte deel van kwalificaties wordt ontwikkeld, tot een belangrijk communicatiekanaal tussen onderwijs en bedrijfsleven. Helaas verloopt de communicatie niet zonder slag of stoot. Want beroepsonderwijs en bedrijfsleven blijken verschillende beelden te hebben van de functie van de kwalificatiestructuur. 
 
Voor het bedrijfsleven vormen kwalificaties de voordeur waardoor nieuwe beroepsbeoefenaren binnenkomen; elke bedrijfstak of branche dringt er dan ook op aan dat een herkenbare set van kwalificaties, toegespitst op de eigen beroepsuitoefening, in de kwalificatiestructuur wordt opgenomen. Voor het onderwijs daarentegen zijn kwalificaties kaders voor het inrichten van het onderwijs en de examinering. En dat moeten er vooral ook niet te veel zijn. Dat leidt immers tot (te) talrijke, in omvang kleine en dus onrendabele, opleidingen. 
Nog een andere factor werkt complicerend. De uitkomsten van het overleg tussen onderwijs en bedrijfsleven, de verzameling kwalificaties in de kwalificatiestructuur, zijn voor het ministerie van OCW steeds weer aanleiding om in te grijpen. Bottom line: het aantal kwalificaties is veel te groot en de indeling moet anders. Steeds is het resultaat niet naar tevredenheid en geven aanleiding om de spelregels te veranderen en de eisen te herzien waaraan kwalificaties moeten voldoen.
 

Wie heeft de regie?  

De overheidsbemoeienis begint in 1986 als het ministerie van OCW een driestappenplan introduceert voor het ontwikkelen van kwalificaties:
  1. beroepsprofielen, te ontwikkelen door de sociale partners van iedere sector; 
  2. vertaling in eindtermendocumenten (kwalificaties);  
  3. uitwerking door scholen in leerplannen en examens.

De platforms die voor deze taak in het leven worden geroepen, de bedrijfstakgewijze overlegorganen onderwijs-bedrijfsleven (BOOB’s), leveren in kort tijdsbestek een eerste en tweede generatie kwalificaties op. Maar hun optreden is weinig gelukkig. Dat ligt grotendeels aan de combinatie van kinderziekten en tijdsdruk waaronder de documenten moeten worden geproduceerd (Hövels, e.a., 2006). 

Met de WEB wordt het ontwikkelen van kwalificaties de taak van Kenniscentra Beroepsonderwijs Bedrijfsleven en al snel volgt de derde generatie eindtermendocumenten (1996). De successieve generaties worden door de scholen met gemengde gevoelens ontvangen. Niet alleen vanwege de noodzaak tot bijna permanente aanpassing van leerplannen. Er is ook kritiek op de inhoud. Kwalificaties zijn bedoeld als input voor het ontwikkelen van leerplannen, maar in de praktijk kunnen scholen er slecht mee uit de voeten. Om uiteenlopende redenen overigens. De ene gebruiker vindt dat kwalificaties te weinig richting geven, de andere dat ze te voorschrijvend zijn en teveel inbreuk maken op de programmeervrijheid van de school. 
 
In beleidskringen valt men vooral over de gedetailleerdheid van de eindtermen en het aantal kwalificaties. Reden voor de minister van OCW de Sociaal-Economische Raad (SER) een salomonsoordeel te vragen: Hoe in de kwalificaties een basis te leggen voor levenslang leren en weerbaarheid op de arbeidsmarkt, en tegelijkertijd de herkenbaarheid voor de leerbedrijven en het praktijkgerichte karakter van de opleidingen te handhaven? (SER, 1997). 
 

Kwalificaties in termen van competenties

 
Op basis van het advies van de SER en van anderen komt in 1999 de Adviescommissie Onderwijs -
Arbeidsmarkt
(ACOA) met het advies kwalificaties te formuleren in termen van competenties. Aanleiding voor het ontwikkelen van (weer) een nieuwe kwalificatiestructuur. Deze is in 2004 gereed, hoewel het tot 2010 zal duren voordat alle kwalificaties naar ieders inzicht voldoende competentiegericht zijn. Uiteindelijk is met ingang van 2012 de beroepsgerichte kwalificatiestructuur van het mbo in de wet verankerd (Glaudé, e.a., 2011). 
 

Actieplan mbo 'Focus op Vakmanschap 2011-2015’ 

Toch is ook de opbrengst van deze ronde voor het ministerie van OCW aanleiding tot ingrijpen. Er moet (weer) een nieuwe kwalificatiestructuur opgeleverd  worden, staat in het Actieplan mbo 'Focus op Vakmanschap 2011-2015’. De hoofdlijnen blijven ongewijzigd: voor het onderwijs uitvoerbaar en rekening houdend met de wensen van het bedrijfsleven en natuurlijk minder kwalificaties: 
  • Minder kwalificaties in de kwalificatiestructuur. Dit moet worden bereikt door bundeling en het voorkomen van overlap, maar ook door het clusteren van verwante kwalificaties. 
  • Standaardisatie van de taal van de kwalificatiestructuur door het hanteren van een uniform begrippenkader. 
  • Aandacht voor uitvoerbaarheid, organiseerbaarheid en financierbaarheid van het onderwijs en examinering op school en in de praktijk.  
  • ‘Duurzaamheid’: kwalificaties moeten én enkele jaren hun geldigheid behouden én flexibel zijn in het snel vertalen van arbeidsmarktontwikkelingen naar onderwijsprogramma’s.  
 

Nieuwe procedures, nieuwe instituties 

Nieuw is dat kwalificaties niet aan elkaar gekoppeld mogen zijn. Daar bedoelt het ministerie mee dat je als student niet verplicht mag worden eerst een opleiding op een lager niveau te volgen om te kunnen doorstromen naar een hoger niveau. Dus niet eerst verplicht niveau 2 volgen als toegangsvoorwaarde voor niveau 3.
 
Ook krijgt de link met het toeleverend en vervolgonderwijs meer aandacht. Kwalificaties moeten voortbouwen op verwante examenprogramma’s in het vmbo en aansluiten op het hbo. Dat de aansluiting met het hele onderwijs meer aandacht krijgt blijkt ook uit het feit dat in de kwalificatiestructuur rekening moet worden gehouden met de referentiekaders die voor het gehele onderwijs van gelden: de referentieniveaus voor Nederlands en rekenen, en (voor niveau 4) Engels, en het European Qualifications Framework (EQF)

Ook procedureel gaat het een en ander veranderen. De in 2012 opgerichte Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) krijgt een sectoroverstijgend mandaat om de hele kwalificatiestructuur te ontwikkelen teneinde de samenhang in de kwalificatiestructuur te versterken. En vooraf moet elke kwalificatie worden besproken in een docentenpanel.

Het feit dat een 'beroepengroep', en niet een beroep, het fundament vormt voor een kwalificatiedossier, zou tot een sterke reductie van het aantal dossiers moeten leiden. In totaliteit bestaat een nieuw kwalificatiedossier uit drie delen: een basisdeel, profielen en keuzedelen. Het basisdeel bevat informatie die voor de hele groep beroepen van belang is. De in de beroepengroep onderscheiden beroepen zijn uitgewerkt in profielen die elk hun eigen kwalificatie (diploma) krijgen. Uit de set keuzedelen kan een student een eigen keuze maken om zich in een bepaalde richting te specialiseren of te verbreden of om zich voor te bereiden op doorstroom naar het hbo (op doorstroom gerichte keuzedelen).

Mbo-instellingen moeten (nadat de datum enige keren is uitgesteld) op 1 augustus 2016 met de volledige set van nieuwe kwalificaties kunnen starten, maar mogen vanaf 1 augustus 2015 ook op vrijwillige basis gebruik maken van de herziene kwalificatiedossiers. Zo ver is het nog niet, maar het is de vraag of de stand in schooljaar 2013-2014 (613 verschillende kwalificaties, ondergebracht in 237 kwalificatiedossiers) de reductie laat zien die het ministerie zich had voorgesteld (MBO Raad, 2014; Min. OCW, 2014).
 

Opnieuw: de balans

 
De laatste herzieningsronde is nog niet afgerond, maar we stellen toch alvast de vraag hoe we deze herzieningsronde moeten plaatsen in het perspectief van het bedrijfsleven en het onderwijs. Door de jaren heen strijden deze om voorrang bij elke vernieuwing van de mbo-kwalificatiestructuur. Hoe houden ze elkaar dit keer in balans? Qua accenten in de nieuwe productspecificaties lijkt de meeste aandacht uit te gaan naar invoegen van het middelbaar beroepsonderwijs in het onderwijsstelsel: doelmatige leerwegen in de beroepskolom en meer aandacht voor algemene basisvaardigheden. Aan de andere kant: er zit binnen de kwalificatiedossiers zoveel variëteit (kwalificaties en keuzedelen) dat bedrijven hun eigen profiel er wel in kunnen herkennen.
 
Toch is er ook iets veranderd. De aansluiting tussen bedrijfsprofielen en kwalificaties wordt niet meer uitsluitend landelijk geregeld. Vooral de invulling van de keuzedelen komt in de regio tot stand. Bedrijven kunnen dus niet alleen meer op hun landelijke vertegenwoordigers rekenen om de aansluiting te ‘bewaken’. Ze zullen dat ook zelf moeten doen. 
 

Recent onderzoek

  • Bronneman-Helmers, R. (2011). Overheid en onderwijsbestel. Beleidsvorming rond het Nederlandse onderwijsstelsel 1990–2010. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Hövels, B.; Visser, K. & Schuit, H. (2006). Over 'hamers en 'vasthouden' gesproken. Vijfentwintig jaar beroepsonderwijs in Nederland: Terug- en vooruitblik. ’s-Hertogenbosch: Adviescommissie Onderwijs-Arbeidsmarkt.
  • Min. OCW (2012). Productie en oplevering kwalificatiestructuur MBO 3.0. Brief van de Minister van OCW aan de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven d.d. 21 juni 2012. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
 
 

Enkele deskundigen:


Ben Hövels, KBA
Wim Jellema, SBB

Bronnen:


  • Coördinatiepunt Toetsing kwalificaties in het mbo (2011). Het ontstaan van een kwalificatiedossier: Betrokken partijen aan het woord. Zoetermeer: Coördinatiepunt.
  • Glaudé, M., Berg, J. van den, Verbeek, F., Bruijn, E. de (2011). Pedagogisch-didactisch handelen van docenten in het middelbaar beroepsonderwijs. Literatuurstudie. 's-Hertogenbosch/Utrecht: Expertisecentrum Beroepsonderwijs. 
  • Kwalificaties mbo (2014). Website van Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. 
  • MBO Raad (2014). Thema ‘Kwalificatiestructuur’. http://www.mboraad.nl/?dossier/165282/Kwalificatiestructuur.aspx 
  • Meijden, A. van der, Petit, R. (2014). Evaluatie kwalificatiedossiers mbo. Analyse op bestaande databronnen; Ervaringen van betrokkenen. ’s-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.
  • Min. OenW(1986). Beroepsprofiel- en leerplanontwikkeling beroepsonderwijs. Zoetermeer: Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.
  • Min. OCW (2011). Actieplan mbo ‘Focus op Vakmanschap 2011-2015’. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 
  • Min. OCW (2014). Kamerbrief herziening kwalificatiestructuur mbo, 4 maart 2014. Den Haag: Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. 
  • SER (1997). Versterking secundair beroepsonderwijs. Advies Versterking secundair beroepsonderwijs Uitgebracht aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Publicatienummer 34. Den Haag: Sociaal-Economische Raad.
  • Visser, K. (1996). De ontwikkeling van de kwalificatiestructuur voor het secundair beroepsonderwijs: een tussenstand. Discussienota. ’s-Hertogenbosch: Adviescommissie Onderwijs-arbeidsmarkt. 
  • Wieringen, A.M.L. van (1984). Alleen is erger; Over de dynamiek van de betrekkingen tussen onderwijs en arbeid. In J. Branger, N.L. Dodde & W. Wielemans (red.), Onderwijsbeleid in Nederland. Leuven/Amersfoort: Acco.

REAGEREN

E-mailadres:
Plaats hier uw reactie:

REACTIES

Door:   eduardmoen@ziggo.nl  |  15-08-2016

Meerdere verbeterpunten:
1 De dossiers maken het beroepsonderwijs beheersbaar: zij bieden een standaard voor het gehele beroepsonderwijs; een gecodificeerde taakbundel met enkele noodzakelijke taakrelevante voorwaarden. De koppeling met het EQF en de NLQF is nog afwezig.

2 Een kritische reflectie op de inhoud van de kwalificatiedossiers ontbreekt. De instellingen zullen de informatie in de dossiers moeten aanvullen willen de opleidingen relevant zijn en leiden tot inzetbaarheid. De aard en kenmerken van de informatie en de relatie met het curriculum- en examenontwerp ontbreekt naar mijn mening.
Zoeken
Geef uw mening over de Canon

ALLE ARTIKELEN