ecbo - expertisecentrum beroepsonderwijs

SECTOREN, LEERWEGEN EN NIVEAUS

SECTOREN, LEERWEGEN EN NIVEAUS

Rondgang door een complex ‘leerhuis’

Auteurs
Barbara van Wijk & Anneke Westerhuis, Expertisecentrum Beroepsonderwijs
Update Anneke Westerhuis juli 2017 

maart 2015

Je kunt er leren voor autotechnicus, maar ook voor hippisch ondernemer, verkoopmedewerker, ict-beheerder of banketbakker. Van acteur tot zorghulp; het mbo kent duizend-en-één opleidingen, verdeeld over vier sectoren, twee leerwegen en vier niveaus. Hoe steekt het precies in elkaar? Een compacte rondgang door de vertrekken, gangen en verdiepingen van dit veelomvattende bouwwerk van het mbo: een ‘leerhuis’ voor ongeveer een half miljoen mbo-studenten.

 

Het mbo kreeg z’n huidige vorm in 1996, met de invoering van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). Doel: onderwijs ‘op maat’ geven, toegesneden op de wensen en mogelijkheden van zeer uiteenlopende groepen studenten. Alle mogelijkheden zoveel mogelijk onder één dak. Dat leidde tot de vorming van roc’s, regionale opleidingencentra. Ze bepalen het gezicht van het huidige mbo. Daarnaast zijn er evenwel ook ‘vakscholen’, bijvoorbeeld in de grafische sector, de hout- en meubelbranche en de creatief-technische sector. De ‘groene’ opleidingen (bijvoorbeeld land- en tuinbouw, tuinarchitectuur, dierhouderij) hebben eveneens een eigen schooltype; de agrarische opleidingscentra (aoc’s). Het beeld wordt gecompleteerd door particuliere aanbieders van mbo-opleidingen, bijvoorbeeld in die voor uiterlijke verzorging. Ook deze aanbieders leiden op voor wettelijk erkende mbo-diploma’s.
 
Het mbo kent een zeer groot aantal opleidingen. Hoe deel je die opleidingen in? Gebruikelijk is om dat te doen in sectoren. Tot 2011 waren dat er vier: Economie & handel, Zorg & welzijn, Techniek en Landbouw. Vanaf 2011 kunnen studenten ook sectordoorsnijdende, zogenoemde cross-over opleidingen volgen. Dit zijn opleidingen op het snijvlak van twee of meer sectoren. De verwachting is dat het mbo met deze cross-overs beter kan inspelen op innovatieve ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Mbo-opleidingen worden in twee ‘leerwegen’ aangeboden: in de ene leerweg leer je vooral in het bedrijf (beroepsbegeleidende leerweg, meestal afgekort tot bbl), in de andere vooral op school (beroepsopleidende leerweg, kortweg bol). Een mbo-student kan vaak, maar lang niet altijd, zelf kiezen in welke leerweg hij de opleiding wil volgen. Tot slot zijn opleidingen in vier niveaus ingedeeld , variërend van entree-opleidingen (niveau 1) tot middenkaderopleidingen (niveau 4). 
 
Klik hier voor meer informatie over typering van de opleidingen op de vier mbo-niveaus.
 
Klik hier voor de verdeling van studenten over sectoren, leerwegen en niveaus.
 

Vier sectoren


Het aantal studenten verschilt in de vier sectoren van het mbo. De sector Economie & Handel is het grootst, gemeten naar het aantal studenten. En in de sector Techniek is de diversiteit van het opleidingsaanbod het grootst. Een klein, maar groeiend, aantal studenten volgt cross-over opleidingen die niet onder een specifieke sector vallen. 
 
Klik hier voor een cijfermatig overzicht van de deelname per sector.
 
In elke sector zijn mbo-opleidingen ingedeeld  in domeinen van verwante opleidingen. De domeinindeling moet studenten helpen in het maken van een keuze voor een opleiding; jongeren die nog niet precies weten wat ze willen kunnen in een domein alvast starten met de gemeenschappelijke onderdelen van de verwante opleidingen in het domein en toewerken naar een definitieve keuze voor een bepaalde beroepsrichting. Maar ze kunnen natuurlijk ook meteen voor een opleiding kiezen. Er zijn zestien domeinen. Bijvoorbeeld Bouw en infrastructuur, of: Horeca en bakkerij, Mobiliteit en voertuigen, Handel en ondernemerschap, Orde en veiligheid, Zorg en gezondheidszorg. 
 
Klik hier voor een overzicht van de domeinen in het mbo.
 

Twee leerwegen


Studenten kunnen in het mbo kiezen uit twee leerwegen: de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) en de beroepsopleidende leerweg (bol). Volgens de wet zijn ze gelijkwaardig: beide leerwegen leiden op tot hetzelfde diploma. Voor het maken van een passende keuze zijn de volgende factoren van belang:
1.    De leerstijl van de student. Studenten die graag naar school gaan kiezen voor de bol. in deze leerweg krijgt een student  minimaal 850 uur per jaar les of begeleiding loopt 20 tot 60% van de tijd stage in de beroepspraktijk. Wie liever wil werken, kiest voor de bbl. In de bbl leert een student minimaal 24 uur per week in de praktijk van een bedrijf en gaat (meestal) één dag per week naar school.
2.    Het vinden van een leerbedrijf. Studenten die willen leren in de bbl moeten een leerwerkcontract sluiten met een erkend leerbedrijf. Dit bedrijf begeleidt en betaalt de student /werknemer. Voorwaarde voor het volgen van de opleiding in de bbl is dus om zo’n leerbedrijf te vinden. In de beroepsopleidende leerweg (bol) krijgt een student geen loon, maar komt wel in aanmerking voor studiefinanciering vanaf het 18e jaar (en heeft recht op een OV-reiskaart voor studenten).  
3.    Het opleidingsaanbod. Het staat onderwijsinstellingen vrij om opleidingen al dan niet in beide leerwegen aan te bieden. Soms is die keuze er, soms ook niet. Dan wordt een opleiding óf alleen in de bol, óf alleen in de bbl aangeboden. Op niveau 2 zijn de meeste opleidingen te vinden die in de bbl worden aangeboden .
 
De meeste mbo-studenten volgen hun opleiding in de bol. in de loop der jaren is het aantal studenten in deze voltijd leerweg sterk gegroeid. Volgde in schooljaar 2008/2009 nog 35 procent van de mbo-studenten hun opleiding in de bbl, in 2015/2016 is dat aandeel geslonken tot 16%. Dat wil zeggen dat in dat jaar van alle mbo-studenten 84 procent in de voltijd leerweg zit. De verhouding is nog schever als we alleen kijken naar de leerwegkeuzes van vmbo-leerlingen. De reden is dat de beroepsbegeleidende leerweg ook oudere deelnemers trekt. Bijvoorbeeld omdat ze alsnog een diploma willen halen. Met name in de bbl vinden we veel volwassenen die deze leerweg gebruiken om alsnog een startkwalificatie (minimaal niveau 2) of een hogere kwalificatie te halen. Door de economische crisis is evenwel de deelname van volwassenen, grotendeels door de bedrijven gefinancierd, de laatste jaren echter ook gedaald. 
 
Klik hier voor de verdeling van mbo-studenten over leerwegen en niveaus. 
 

Vier niveaus


Karakteristiek voor het mbo zijn de vier niveaus waarop je een opleiding kunt volgen. Opleidingen op het eerste niveau heten entreeopleidingen. Daarnaast heb je opleidingen op niveau 2, 3 en 4. Niveau 4 het hoogste niveau. Oorspronkelijk duurde een opleiding op niveau 1 één jaar, op niveau 2 twee jaar, enzovoort. Omdat opleidingen flexibeler zijn geworden kan de duur van een opleiding tegenwoordig variëren. Maar omdat de overheid graag wil dat studenten snel afstuderen, krijgt de school sinds 2014 minder geld voor elk jaar dat de student langer blijft bovenop de nominale studieduur.  Dat geldt ook als studenten hun opleiding op een hoger mbo-niveau willen vervolgen.  
 
Klik hier voor een overzicht van de ontwikkeling van de instroom op de vier mbo-niveaus.
 
Het hoogste mbo-niveau is ook het meest populaire; dat was het en is het nog steeds. Sterker, mbo-niveau 4 trekt een steeds groter aandeel studenten; inmiddels al bijna de helft van de totale instroom (48%). In de entreeopleidingen stroomt nu 6% van de mbo-populatie in. Ook opvallend is de daling van de instroom op niveau 2. Deze is in tien jaar tijd gedaald van een derde tot een kwart van de totale instroom. 
    
Toelating tot het mbo is gebonden aan regels. Studenten zonder diploma kunnen alleen naar de entreeopleidingen. De toelatingseisen voor de andere niveaus komen er grofweg op neer dat iemand met een diploma van alle vmbo-leerwegen op niveau 2 kan beginnen, maar dat opleidingen op niveau 3 en 4 alleen toegankelijk zijn met een diploma van de kaderberoepsgerichte, gemengde en theoretische leerweg van het vmbo. Oftewel; vmbo-leerlingen met een diploma van de basisberoepsgerichte leerweg kunnen terecht op niveau 2. De, weinig gevolgde specialistenopleidingen op niveau 4 zijn alleen toegankelijk met een mbo-diploma op niveau 3 voor hetzelfde beroep of dezelfde richting. Soms worden aanvullende eisen aan het vakkenpakket gesteld. 
 
Zie hier voor een samenvatting van de toelatingsvoorwaarden voor elk van de vier mbo-niveaus.
 
Veel studenten stoppen niet na één opleiding maar leren door op een hoger mbo-niveau. Met een diploma op niveau 1 kun je doorleren op niveau 2, met niveau 2 op niveau 3 of 4, met niveau 3 kun je naar de (specialisten)opleiding op niveau 4 en met een diploma op niveau 4 naar het hbo. Vooral de overstap van niveau 2 naar niveau 3 is populair. 
 
 

Bronnen:


  • Brekelmans, J., Beliaeva, T., Fleur, E., Schaacke, J., Schipperheyn, R. & Westerhuis, A. (2017). Wat zijn de effecten van een veranderende instroom op studieprestaties? Onderzoek naar de veranderende instroom in mbo-niveau 2. Zoetermeer/’s-Hertogenbosch: Dienst Uitvoering Onderwijs/Expertisecentrum Beroepsonderwijs
  • C. Doets, A. Westerhuis (red.). 2001. Voldoen aan de individuele vraag, toegankelijkheid, positie deelnemer. Thema 2 in het kader van de evaluatie van de WEB. Den Haag: Stuurgroep Evaluatie WEB
  • Eimers, T., Keppels, E. en Jager, A. (2010). De bbl als leerweg voor volwassenen. ’s-Hertogenbosch/ Utrecht: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.
  • Expertgroep op Koers (2009). De opleidingsdomeinen onderbouwd. Woerden: MBO-raad.
  • Ministerie van OCW (2016). Referentieraming 2016. Den Haag: Ministerie van OCW. 
  • Neuvel, J, A, Westerhuis (2013). Stromen en onderstromen in vo, mbo en hbo. Basisrapport. ’s-Hertogenbosch / ecbo
  • Neuvel, J. & Esch, W. van (2010).Van vmbo naar mbo: doorstroom en loopbaankeuzes. ‘s-Hertogenbosch/ Amsterdam: Expertisecentrum Beroepsonderwijs
  • Onderwijsraad (2010). Ontwikkelingsrichtingen voor het middelbaar beroepsonderwijs. Den Haag: Onderwijsraad
 

REAGEREN

E-mailadres:
Plaats hier uw reactie:

REACTIES

Door:   g.vanderwal@owinsp.nl  |  22-05-2012

Klopt de laatste zin wel?
Had er in plaats van (specialisten) niet middenkader moeten staan?
Zoeken
Geef uw mening over de Canon

ALLE ARTIKELEN