skip to Main Content
    Auteur:Laura Baams, Rijksuniversiteit Groningen, Sandra Wagemakers, ECBO Update:juli 2020

Discriminatie op grond van seksuele oriëntatie en gender is wettelijk verboden. Toch ervaren mbo-studenten die lesbisch, homoseksueel, biseksueel of transgender (LHBT) zijn, nogal eens problemen. En datzelfde geldt voor LHBT-docenten en andere medewerkers. Wat kunnen onderwijsinstellingen doen om ook deze minderheidsgroepen een (sociaal) veilige omgeving te bieden?  

Discriminatie om seksuele oriëntatie in het mbo

Gelijke kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt zouden vanzelfsprekend moeten zijn. Het zijn bovendien wettelijk verankerde grondrechten. De praktijk is anders. In het bijzonder op het mbo. Jongeren die lesbisch, homoseksueel, biseksueel of transgender (LHBT) zijn, hebben het in het mbo niet altijd makkelijk. Zij hebben te maken met negatieve reacties op hun seksuele oriëntatie of gender, vanuit medestudenten én personeel. En opmerkelijk: aanzienlijk vaker – 2 tot 11 keer – dan studenten op het hbo of de universiteit. Zo ervaart 23% van de mbo-studenten afkeurende blikken (vs. 10% van wo-studenten), en wordt 11% van hen uitgescholden vanwege hun seksuele voorkeur (vs. 2% van de hbo-studenten). Maar liefst 12% van de mbo-studenten die te maken kreeg met homonegativiteit geeft aan dat dit de studieprestaties heeft verslechterd (Kooiman & Keuzenkamp, 2012). Uit de Monitor Sociale Veiligheid 2017 blijkt dat LHB-mbo-studenten vaker slachtoffer zijn van vandalisme en psychisch-fysiek geweld dan heteroseksuele studenten. Bovendien voelen LHB-studenten op het mbo zich vaker onveilig op en in de omgeving van de school (Van Toly, Bijmans, & Kans, 2018). De LHBT-monitor 2018 (Van Beusekom & Kuyper) en onderzoek naar seksuele gezondheid van jongeren (De Graaf, Van den Borne, Nikkelen, Twisk, & Meijer , 2017) bevestigen dat, in lijn met ander (internationaal) onderzoek, onderwijsniveau een belangrijke indicator is van de houding ten opzichte van seksuele en genderdiversiteit. Zo hebben minder mbo-opgeleiden positieve opvattingen over homoseksualiteit dan hbo- en wo-opgeleiden.

Over het algemeen beschrijven mbo-studenten hun studieomgeving dan ook vaker als homo-onvriendelijk dan hbo- of universitaire studenten (Kooiman & Keuzenkamp, 2012). LHBT zijn in het mbo is lastig. De afwijzing en discriminatie die LHBT-jongeren ervaren is slecht voor hun gezondheid en welbevinden. Hierdoor hebben zij vaker psychische klachten en functioneren zij minder goed (Van Beusekom & Kuyper, 2018). Discriminatie wegens seksuele oriëntatie blijft niet beperkt tot jongeren. Ook docenten die lesbisch, homoseksueel of biseksueel zijn, hebben ermee te maken. Zo blijkt uit de Monitor Sociale Veiligheid 2017 (Hofland, Geertsma, & Kans, 2018) dat LHB-medewerkers op het mbo vaker gediscrimineerd of gepest worden dan heteroseksuele medewerkers. Dit geldt met name voor onderwijsgevende werknemers. Daarnaast worden LHB-medewerkers vaker uitgescholden dan heteroseksuele collega’s.

Maatschappijbreed groeit de acceptatie van seksuele en genderdiversiteit. Negatieve houdingen ten opzichte van homo- en biseksualiteit zijn geleidelijk afgenomen tussen 2006 en 2014 (Kuyper, 2017). Ten opzichte van 2012, keuren in 2017 een stuk minder jongeren uitingen van homoseksualiteit en gender non-conformiteit af (De Graaf et al., 2017). Hoewel het grootste gedeelte van de mbo-studenten (driekwart) geen problemen heeft met homoseksuele of lesbische docenten of medestudenten, blijkt toch dat LHB-studenten zich onveiliger voelen en meer psychisch-fysiek geweld ervaren dan heteroseksuele studenten (Van Toly, Bijmans, & Kans, 2018).

Sociale veiligheid en burgerschap

Het mbo springt er negatief uit als het gaat om discriminatie wegens seksuele oriëntatie. Daarmee is de sociale veiligheid in het geding. In de afgelopen jaren is hier steeds meer aandacht aan besteed. In het regeerakkoord (VVD, CDA, D66 & Christen Unie, 2017) stond onder meer dat de positie van LHBTI (het regeerakkoord verwijst ook naar intersekse, naast lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender) verbeterd zou worden in het mbo. Een belangrijke sleutel ligt in het (verplichte) burgerschapsonderwijs. Dit heeft een ‘politiek-juridische dimensie’, waarbij het gaat om zaken als het (h)erkennen van basiswaarden van onze samenleving, het leren omgaan met waardedilemma’s, zoals seksuele diversiteit en het hanteren van de basiswaarden als richtlijn en uitgangspunt bij meningsvorming en handelen (Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB, 2020). Om mbo-studenten op te laten groeien tot participerende burgers én te voldoen aan de kwalificatie-eisen voor hun beroep, is het dus belangrijk dat jongeren zich bewust zijn van diversiteit, en daarmee kunnen omgaan. Per 1 augustus 2016 zijn de kwalificatie-eisen met betrekking tot Loopbaan en burgerschap aangescherpt door kritische denkvaardigheden toe te voegen (Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB, 2020). Deze kritische denkvaardigheden zijn ook van belang bij het bespreken van en omgaan met diversiteit.

Instellingen hebben momenteel zelf veel ruimte om hun onderwijs inhoudelijk vorm te geven, met als gevolg dat de manier waarop aandacht wordt besteed aan seksuele en genderdiversiteit aanzienlijk verschilt per instelling. Uit de Monitor Sociale Veiligheid 2017 onder medewerkers veiligheidsbeleid (Wagemakers & Kans, 2018) blijkt dat ongeveer de helft van de mbo-instellingen in min of meerdere mate aandacht besteed aan het creëren van een veilig sociaal klimaat voor LHTB-medewerkers en -studenten. Het rapport van de Inspectie van het Onderwijs (2016) ondersteunt dit beeld. Hieruit blijkt dat hoewel een deel van de mbo-instellingen wel een globale visie heeft over seksualiteit, de aandacht ervoor vaak incidenteel en beperkt blijft. In vergelijking met het primair en het voortgezet onderwijs wordt er op het mbo beduidend minder (structureel) aandacht besteed aan seksuele en genderdiversiteit. Als een overkoepelende visie van het schoolbestuur ontbreekt, zien niet alle docenten het belang in van aandacht besteden aan seksuele en genderdiversiteit, of weten docenten niet hoe ze het moeten aanpakken (Inspectie, 2016). Draagvlak bij de manager en een instellingsbrede visie zijn essentieel voor structurele aandacht (Inspectie, 2016; Elfering, Leest, & Rossen, 2016). Het creëren van meer acceptatie van seksuele en genderdiversiteit begint dus bij een uitgewerkte visie voor een gestructureerde en instellingsbrede aanpak.

Methodes voor een grotere acceptatie van seksuele en genderpersiteit

Idealiter is een uitgewerkte visie over seksuele en genderdiversiteit niet van bovenaf opgelegd, maar leeft deze ook onder docenten. Samenwerking is hierbij cruciaal, waarbij docenten en leidinggevenden samen aandacht schenken aan dit thema. Bovendien kan het ook goed zijn om met studenten in gesprek te gaan. Door als leraren of schoolleiding te praten met (LHBT-)studenten over hun behoeftes en gevoel van veiligheid, ontstaat niet alleen een beter beeld over de huidige situatie, maar kan ook ingespeeld worden op de behoeftes van deze studenten (De Onderwijsalliantie, 2017).

Om de acceptatie van seksuele en genderdiversiteit te vergroten, is het belangrijk dat docenten een open houding hebben en dit durven te laten zien aan hun studenten. Dit klinkt makkelijker dan het is. Docenten blijken het sowieso al lastig te vinden om maatschappelijke thema’s zoals seksuele en genderdiversiteit te bespreken in de klas (Elfering, Leest, & Rossen, 2016). Om een grotere acceptatie van seksuele en gender diversiteit te bevorderen, kunnen mbo-instellingen verschillende methoden inzetten. Daarbij, aandacht geven aan seksuele en gender diversiteit blijkt echter niet per definitie  te leiden tot meer acceptatie van LHBT-studenten of -medewerkers. Sterker nog, sommige interventies kunnen zelfs averechts werken (Felten, Emmen, & Keuznkamp e.a., 2015). Wat werkt dan wel?

Om acceptatie van seksuele en genderdiversiteit een goede plek te geven, is het belangrijk dat er doelen worden gesteld. Daarmee kan geëvalueerd worden of er een verbetering in acceptatie plaatsvindt, en of de doelen behaald worden. Kennisoverdracht of bespreekbaar maken van diversiteit alleen lijken geen effectieve doelen. Bij een klas waar veel studenten bijvoorbeeld negatief denken over homoseksualiteit, kunnen deze negatieve gevoelens juist versterkt worden door ze bespreekbaar te maken. Als er binnen een groep veel negatieve meningen zijn over diversiteit, kan dit bestaande negatieve opvattingen versterken. Dit is juist niet de bedoeling van zulke discussies. Het is daarom beter om een positieve sociale norm te stimuleren. In plaats van dat alle meningen gehoord worden in een dialoog is het mogelijk beter om vooral positieve geluiden over seksuele en genderdiversiteit uit te dragen (Felten et al., 2015).
Docenten kunnen daarbij gebruik maken van gastlessen of gastsprekers, maar er heerst bij docenten ook juist het gevoel dat zij zelf diversiteit een plek willen geven (De Onderwijsalliantie, 2017). Hierdoor zou seksuele en genderdiversiteit ook een meer structurele plek kunnen krijgen binnen het onderwijs.

Ondanks de behoefte om zelf seksuele en genderdiversiteit een plek te geven in het onderwijs, hebben docenten tevens behoefte aan ervaringsdeskundigen, voorlichtingsmateriaal en lespakketten (Elfering, Leest, & Rossen, 2016). Zo kan er gebruikgemaakt worden van gastlessen, online lesmateriaal of theatervoorstellingen. Deze zijn bijvoorbeeld te verkrijgen via RutgersStichting School & VeiligheidGay and SchoolMovisie of via het Kennispunt MBO Burgerschap.

Uit onderzoek van Movisie blijkt dat film- en theatervoorstellingen mogelijk de acceptatie van seksuele en genderdiversiteit te vergroten. Of specifieke voorstellingen ook daadwerkelijk een effect teweegbrengen moet nog nader onderzocht worden (Felten et al., 2015). COC, Theater AanZ en Stichting School en Veiligheid werken bijvoorbeeld samen in een theatervoorstelling specifiek voor het mbo. Door middel van een training krijgen docenten handvatten om na het kijken van deze voorstelling seksuele en genderpersiteit bespreekbaar te maken bij de studenten. Deze voorstellingen worden verlengd tot en met 2020 (Min. OCW, 2018a).

Wat verder lijkt bij te dragen aan een positief schoolklimaat zijn Gender & Sexuality Alliances ook wel bekend als Gay-Straight Alliances (GSA). Ook de komende vijf jaar zal het ministerie van OCW deze initiatieven blijven ondersteunen (Min OCW, 2018b). De GSA is een groep studenten met verschillende genders en seksuele oriëntaties (ook heteroseksueel) die samen werken aan een veiliger schoolklimaat. Er zijn GSA’s op zowel middelbare scholen als mbo-instellingen. Paarse Vrijdag, een initiatief van COC Nederland, kenmerkt zich eveneens door solidariteit. Elk jaar op de de tweede vrijdag van december worden studenten opgeroepen om paars te dragen en zich daarmee uit te spreken voor de acceptatie van LHBT-jongeren. GSA’s zijn populair in zowel Nederland als internationaal. Het Nederlands Jeugdinstituut beoordeelt de allianties als een ‘goed onderbouwde’ interventie. Op middelbare scholen met een GSA zijn leerlingen toleranter ten opzichte van homoseksualiteit en schatten ze de schoolcultuur vaker als homovriendelijk in dan op middelbare scholen zonder GSA (Peeters, Fettelaar, & Verbakel, 2016). Bovendien blijkt uit onderzoek op vmbo-scholen dat GSA’s steun en zelfvertrouwen geven aan jongeren die onder het LHBTI- spectrum vallen. Door via een GSA samen te komen met anderen bouwen jongeren een netwerk en vriendschappen op en ontstaat er een safe space waar jongeren zichzelf kunnen zijn. Wel geven jongeren zelf aan dat ze het idee hebben dat het effect van de GSA erg lijkt samen te hangen met de al heersende sociale norm en mentaliteit met betrekking tot seksuele en genderdiversiteit. Jongeren geven aan dat zij de rol van docenten hierbij ook belangrijk vinden: als docenten zich oprecht op een positieve manier inzetten kan dit een goed voorbeeld vormen (Vijlbrief & Felten, 2018).

Tot slot

Veel scholen zijn zich bewust van de mogelijke problematiek rondom discriminatie. Toch wordt er in het schoolbeleid vaak maar weinig structureel aandacht besteed aan seksuele en genderdiversiteit. Juist een meer structurele inbedding bij schoolbesturen en een uitgewerkte visie kunnen helpen om acceptatie van seksuele diversiteit te bevorderen. Met duidelijke doelen wat die men wil bereiken, kunnen docenten methodes effectiever inzetten ter bevordering van een veilig schoolklimaat voor LHBT-studenten én -medewerkers. Het zal moeten blijken of er de komende periode meer structurele aandacht aan seksuele en genderdiversiteit besteed zal worden en of dit ook leidt tot een grotere acceptatie en veiligere schoolomgeving voor LHBT-studenten en -medewerkers op het mbo.

Enkele deskundigen

  • Dr. Laura Baams, universitair docent, Gedrags- en Maatschappijwetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen,
  • Dr. Gabriël Beusekom, wetenschappelijk medewerker Leefsituatie en welzijn LHBTI, Sociaal en Cultureel Planbureau
  • Prof. dr. Henny Bos, Hoogleraar Sexual and gender persity in families and youth, Universiteit van Amsterdam

Bronnen

  • De Graaf, H., Van den Borne, M., Nikkelen, S., Twisk, D., & Meijer, S. (2017). Seks onder je 25e Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2017.
  • De Onderwijsalliantie (2017). Waar begin je? Gesprekken met leerlingen en leraren over respect voor seksuele persiteit. Stichting School en veiligheid/Edupers.
  • Elfering, S., Leest, B., & Rossen, L. (2016). Heeft seksuele diversiteit in het mbo (g)een gezicht? De verankering van de aandacht voor seksuele persiteit in het mbo. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen.
  • Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB, 2017. Bijlage I: Generieke kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap.
  • Felten, H., Emmen, M., & Keuzenkamp, S. (2015). Do the right thing. De plausibiliteit van interventies voor vergroting van acceptatie van homoseksualiteit. Utrecht: Movisie.Hofland, A., Geertsma, A., & Kans,
  • K. (2018). Monitor Sociale Veiligheid in de mbo-sector 2017-2018. Deel 2: Medewerkers. ’s-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.
  • Inspectie (2016). Omgaan met seksualiteit en seksuele diversiteit, een beschrijving van het onderwijsaanbod van scholen. Utrecht: Inspectie van het Onderwijs.Min. OCW (2018a). Emancipatienota 2018-2012.
  • Principes in praktijk. Brief van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Den Haag, 29 maart 2018.
  • Min. OCW (2018b). Reactie op het schriftelijk overleg over veiligheid op scholen. Brief van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Den Haag, 14 februari 2018.
  • Kooiman, N., & Keuzenkamp, S. (2012). Onderwijs en werk. In S. Keuzenkamp, N. Kooiman, & J. van Lisdonk (red.), Niet te ver uit de kast. Ervaringen van homo- en biseksuelen in Nederland (p. 42-57). Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Kuyper, L. (2015). Jongeren en seksuele oriëntatie. Ervaringen van en opvattingen over lesbische, homoseksuele, biseksuele en heteroseksuele jongeren. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Kuyper, L. (2017). LHBT-monitor 2016. Opvattingen over en ervaringen van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Nederlands Jeugdinstituut Databank Effectieve Jeugdinterventies.
  • Peeters, L., Fettelaar, D., & Verbakel, E. (2016). Gay and Straight Allianties op scholen: meer homotolerantie en een veiliger klimaat voor LHB-leerlingen? Tijdschrift voor seksuologie 40(2). 89-95.
  • Van Beusekom, G., & Kuyper, L. (2018). LHBT-monitor 2018: De leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
  • Van Toly, R., Bijman, D., & Kans, K. (2018). Monitor Sociale Veiligheid in de mbo-sector 2017-2018. Deel 1: Studenten. ’s-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.
  • Vijlbrief, A., & Felten, H. (2018). Samen sterk met een GSA: Onderzoek naar de ervaren baat van GSA’s onder LHBT-leerlingen op het vmbo. Utrecht: Movisie.
  • VVD, CDA, D66 & Christen Unie (2017). Vertrouwen in de toekomst: regeerakkoord 2017-2021. 10 oktober 2017.
  • Wagemakers, S., & Kans, K. (2018). Monitor Sociale Veiligheid in de mbo-sector 2017-2018. Deel 3: Beleid. ’s-Hertogenbosch: Expertisecentrum Beroepsonderwijs.

Andere relevante websites

  • Emancipatie monitor
  • Examen- en kwalificatiebesluit WEB, geldend van 26-06-2020 t/m heden. Bijlage 1: Generieke kwalificatie-eisen loopbaan en burgerschap
  • Gender & Sexuality Alliance
  • School en veiligheid
  • Seks onder je 25e

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
Geef je mening over de Canon beroepsonderwijsInvullen kost een paar minuten van je tijd