skip to Main Content
    Geplaatst: Auteur:Dr. Jochem Goldberg, trainer en onderzoeker Positieve Educatie, Manon Toonen-Van Hernen MEd, Anneloes ten Hagen MEd, Sep van den Berg MSc, Marike van Weert MEd en dr. Inge Zweers, practoraat Versterken Leerproces Niveau 2, ROC van Twente Update:n.v.t.

Onderwijsinstellingen in het mbo wegzetten als ‘leerfabrieken’ is wellicht te gemakkelijk. Feit is wel dat de focus nogal exclusief ligt op het overdragen van kennis en vaardigheden, op de vereiste competenties uit het kwalificatiedossier. Dat studenten zich daar ook prettig bij moeten voelen, zich gestimuleerd voelen het beste uit zichzelf te halen, krijgt weinig aandacht. Tijd daarom voor een ander perspectief: leren met PEP, het Positief Educatief Programma. In dit artikel putten we uit de ervaringen die hiermee zijn opgedaan bij het ROC van Twente.

Positieve psychologie als leidraad

Binnen het onderwijs is er de laatste jaren in toenemende mate interesse voor het toepassen van positieve psychologie, oftewel positieve educatie (Seligman et al., 2009). Leidend principe binnen deze wetenschappelijke stroming is dat mentale klachten en welbevinden (floreren) twee verschillende dimensies zijn, en niet twee uitersten op hetzelfde continuüm (Keyes, 2005). Er kan tegelijkertijd sprake zijn van mentale klachten en van welbevinden. Het gaat om de wisselwerking tussen beide. Het verlagen van mentale klachten betekent niet automatisch dat iemand ook een hoge mate van welbevinden ervaart, terwijl dat even belangrijk is voor de mentale gezondheid. De positieve psychologie richt zich daarom specifiek op het verhogen van het welbevinden.

“Positieve educatie is een proces van bewustwording.”

Effecten van positieve educatie

Bij positieve educatie gaat het om het verhogen van het welbevinden van studenten en docenten, door in te zetten op talenten en sterke kanten, positieve relaties, compassie en positieve emoties. Op die manier ontstaat een leerklimaat waarin studenten (en docenten) tot bloei komen (Goldberg, 2020). Wanneer studenten een hoge mate van welbevinden ervaren, voelen ze zich prettig, veilig en vrij om zichzelf te zijn. En dat draagt weer bij aan meer betrokkenheid, die zich uit in concentratie, gefocust zijn, ontdekkend leren en ’tijdvergeten’ bezig zijn.

Het verhogen van welbevinden bij jongeren heeft een positieve invloed op de leerprestaties. Dat blijkt bijvoorbeeld uit een review naar 12 internationale interventies met positieve psychologie, gericht op het verbeteren van positieve relaties, veerkracht en sterke kanten van basisschoolleerlingen. Al deze interventies hadden een significant positief effect op het welbevinden van de jongeren, op positieve relaties en op hun schoolprestaties (Waters, 2011).

Belangrijk hierbij is dat de inzet van positieve psychologie zich op alle studenten richt. Vaak krijgen studenten met wie het niet goed gaat en studenten die op een of andere wijze opvallen of uitblinken, veel aandacht. Maar hoe is dat met de grote middengroep, de studenten die functioneren zonder opvallende uitschieters? Ook voor die groep is het belangrijk om oog te hebben voor hun sterke kanten en positieve ervaringen en die groep te stimuleren het beste uit zichzelf en de ander te halen.

Heel complex hoeft dat niet eens te zijn. Zo gingen binnen het College voor Gezondheidszorg van het ROC van Twente enkele docenten aan de slag met slechts kleine aanpassingen in hun lessen. Zoals elke student begroeten of proberen studenten wekelijks een compliment te geven voor hun vorderingen. Door dit bewust te doen, merkten de docenten dat ze elke student hierbij meenamen, terwijl ze anders waarschijnlijk ongewild studenten waren vergeten.

Betrokkenheidsverhogende factoren

Van belang is om op dagelijkse basis te werken aan de betrokkenheid van studenten. Juist die betrokkenheid heeft een positieve invloed op het welbevinden en de leerprestaties. Docenten kunnen daarbij gebruik maken van 7 betrokkenheidsverhogende factoren (Laevers & Heylen, 2013).

  1. Positief klasklimaat: het nastreven van een prettige sfeer in de klas door open en respectvolle relaties tussen studenten en docent, maar ook tussen studenten onderling.
    Tijdens de introductieperiode voor nieuwe studenten heeft het team bewust aandacht gegeven aan kennismaking met álle docenten van de opleiding. Studenten gaven aan dat ze het hierdoor minder spannend vonden om iets te vragen aan een docent.
  1. Voortbouwen op mogelijkheden: het onderwijsaanbod (inhoud/werkvormen) zoveel mogelijk aanpassen aan de capaciteiten van de studenten, om zo tegemoet te komen aan individuele verschillen.
  2. Werkelijkheidsnabijheid: het aansluiten bij de belevingswereld van de studenten, bijvoorbeeld door de beroepspraktijk zoveel mogelijk binnen de school te halen.
    Een docent gaf een keuzedeel Sign aan een klas studenten van de opleiding Ruimtelijke vormgeving. De studenten waren niet gemotiveerd voor het vak Sign en lieten dit door hun gedrag in de les ook merken. De docent heeft vervolgens met de studenten meegedraaid bij hun opleiding Ruimtelijke vormgeving. Daar maakte de docent foto’s van het werk van de studenten en koppelde dit aan het vak Sign met als doel te laten zien waar je Sign voor kunt gebruiken.
  1. Activiteit: alle studenten zoveel mogelijk mentaal en/of fysiek betrekken bij de lesstof.
  2. Expressie: studenten uitdagen om betekenisvolle leerervaringen tot uitdrukking (expressie) te brengen in een vorm die bij hen past (geschreven tekst, mindmap, tekening, gesproken tekst, vlog, ruimtelijk, et cetera).
  3. Samen leren: studenten stimuleren om interactie aan te gaan over inhoud en proces bij onderwijsopdrachten/praktijkervaringen.
  4. Studentinitiatief: studenten stimuleren om te participeren, keuzes te maken, initiatief te nemen en zelf regie te voeren over hun eigen leerproces.

‘Heleschoolbenadering’

Interventies met positieve educatie zullen veelal gericht zijn op (onderdelen van) het curriculum. Echter, het meest effectief zijn juist programma’s die geïntegreerd zijn in de gehele schoolcontext. Zo’n ‘heleschoolbenadering’ bevat op elkaar afgestemde acties op het gebied van curriculum, visie en samenwerkingen. En is gericht op alle betrokkenen: studenten, docenten, onderwijsondersteunend personeel, management, ouders. Zo ontstaat een positief schoolklimaat waarin een ieder zich gehoord voelt en zich verbonden voelt met de school (Barry & Jenkins, 2007).

Het Nederlandse Positief Educatief Programma (PEP) is ontwikkeld vanuit deze heleschoolbenadering. Het is gebaseerd op de principes van de positieve psychologie en werkt als een bottom-up framework, rustend op de waarden van alle betrokkenen bij de school. Door de eigen waarden consequent centraal te stellen en het onderwijs in te richten op het maximaliseren van het welbevinden en de betrokkenheid van de studenten, wordt een zo vruchtbaar mogelijke context gecreëerd om tot leren te komen. Het type onderwijs doet niet ter zake, evenmin als het niveau van de studenten. Uit recente onderzoeken naar PEP (Goldberg, 2020) blijkt dat het al binnen het eerste jaar van implementatie mogelijk is om de betrokkenheid van studenten aanzienlijk te verhogen.

Positieve educatie in de praktijk

Binnen ROC van Twente werken onderwijsteams sinds enkele jaren vanuit het gedachtegoed van positieve educatie. Passend bij de structuur van ROC van Twente (‘klein binnen groot’: opleidingen en teams genieten veel vrijheid om zelf keuzes te maken), focussen de teams op het (leer)proces en niet op een vaststaande aanpak of vastgestelde einddoelen/opbrengsten. Vanuit deze positieve grondhouding werken de teams structureel en planmatig aan het vergroten van de studentbetrokkenheid en activeren zij studenten expliciet om hier, vanuit hún perspectief, aan bij te dragen. De manier waarop teams dat doen, is heel divers. Het practoraat Versterken Leerproces (niveau 2) ondersteunt de teams hierbij en onderzoekt de effecten.

PEP bij Haarverzorging

Goed voorbeeld is wat het team Haarverzorging wist te bereiken. Het Positief Educatief Programma ging hier van start in 2019. Bij die gelegenheid was de meest treffende reactie van een van de docenten: “We gaan het eindelijk weer met elkaar over ons werk hebben!”. Tijdens de teamoverleggen wordt sindsdien samen over het lesgeven en de omgang met studenten gesproken in plaats van enkel over ‘regeltjes’ en ‘randvoorwaarden’.

Het team stelde de waarde ‘goed mens’ centraal in het eerste jaar van de opleiding en maakte afspraken over hoe zij deze waarde in de klas, in het team en in de schoollocatie tot uiting wilde brengen. De docent van het vak Sociale communicatieve vaardigheden gaf bijvoorbeeld lessen over de vraag: “Wat is een goed mens?”.

Tijdens zogenaamde ‘PEP-talks’ (in teamoverleggen) bespreken docenten samen korte videofragmenten van studenten in hun les. Hoe betrokken is deze student? Hoe zie je dat? Een docent gaf tijdens z’n PEP-talk aan: “Ik heb geleerd dat onderuitgezakt in de klas zitten of heel druk zijn, lang niet altijd alles zegt over wel of niet betrokken zijn. Het is heel waardevol om hier samen als team naar te kijken”. Een andere docent vertelde: “Soms dacht ik dat een student helemaal niet betrokken was, maar door hier samen naar te kijken, vond ik iets waaruit bleek dat ze best betrokken zijn. En het stellen van een vraag aan een medestudent kan mijn les verstoren, maar is tegelijk een teken van betrokkenheid.”

“De setting van een PEP-talk is heel fijn! Veel minder formeel…”

Ook wisselen docenten uit hoe zij hebben geëxperimenteerd met verschillende didactische en/of pedagogische benaderingen om de studentbetrokkenheid tijdens hun les te vergroten: “Laat iemand die iets goed kan, dat ook doen en maak zo iemand in de klas belangrijk.” Voorbeeld: een student die goed kan permanenten, ondersteunt de docent bij de begeleiding van andere studenten. Minder positieve ervaringen worden eveneens besproken: “Door vervelende situaties uit lessen met elkaar te bespreken, blijf je niet hangen in het negatieve, maar kijken we samen hoe we dat kunnen ombuigen naar iets positiefs!”

Niet harder, maar slimmer werken

“De waarde ‘positiviteit’ neem je mee de klas in.”

Het team Sign *) ging begin schooljaar 2020-2021 met PEP werken. Voorbeelden en ervaringen van docenten die actief welbevinden en betrokkenheid proberen te verhogen bij hun studenten, zijn heel divers. Een docent die online Sociale communicatieve beroepsvorming moest geven, hoorde van haar studenten dat ze te druk waren met andere vakken. Om behulpzaam te zijn, gaf ze meer tijd om de opdrachten in te leveren. Dat pakte verkeerd uit: hoe ruimer de deadline, hoe minder studenten inleverden. Toen de docent vervolgens de inleverprocedure veranderde – studenten leveren hun opdracht aan het eind van de les in, afgerond of niet – kon ze precies zien wie er bezig was met de opdracht en wie niet. De studenten blijken meer betrokken bij de les als ze werken met korte, haalbare deadlines.

Een andere klas moest volgens rooster van 12.15 tot 17.00 uur een uitgebreide computeropdracht uitwerken. Gaandeweg verloren de studenten hun motivatie en raakten steeds meer gefocust op de tijd: “We moeten nog tot 17.00u!”. De docent probeerde met de studenten niet harder, maar slimmer te werken. Ze verdeelde de lestijd in meerdere blokken waarin de studenten zichzelf steeds drie taken moesten geven. In duo’s bespraken ze bij de start van de les wat hun taken waren en na afloop evalueerden ze hoe het was gegaan. Daarnaast zette de docent pauzes in, besprak ze het werk van een willekeurige student uit de klas en gaf ze de studenten het laatste half uur de keuze om naar huis te gaan of door te werken. Na drie lessen volgens deze werkwijze, merkte de docent dat studenten langer geconcentreerd aan het werk waren en minder mopperden over de lange les. Studenten dachten ook van tevoren na over hun drie taken en sommigen kozen ervoor om het laatste half uur op school door te werken.

*) De opleiding Sign leidt op tot het uitvoerende gedeelte van de reclamewereld, zoals digitaal ontwerpen; (licht)reclameborden, bewegwijzering en bestickering maken; carwrapping en shirts bedrukken.

Studenten denken mee

Bij de opleiding Detailhandel wordt gewerkt met de methode Hack Je Les om studenten actief te betrekken bij het verbeteren van hun eigen opleiding. Studenten hebben hier veel ideeën over, maar in de waan van de dag is er zelden tijd om daar met hen over te praten. Hack Je Les zet het reguliere programma voor één lesuur stop om studenten te vragen: “Als jij je opleiding mocht inrichten, hoe zou jij dat dan doen?”

Twee trainers (of hackers) nodigen studenten uit om al hun ideeën in groepjes uit te schrijven op grote brainstormvellen. Als de ideeën van de hele klas geïnventariseerd zijn, kiest elk groepje één punt uit dat ze willen veranderen aan hun opleiding. Zo kan het bijvoorbeeld voorkomen dat de studenten het rooster willen aanpassen. Ze schrijven dan een actieplan, waarbij de focus ligt op wat ze zouden willen verbeteren en wie hen daarbij kan helpen. In dit geval kan dat een teammanager, studieloopbaanbegeleider of roostermaker zijn. Studenten gaan zelf in gesprek met de betrokken partijen om te proberen het een en ander te veranderen.

Een ander voorbeeld: studenten wilden de invulling van het keuzedeel binnen hun opleiding veranderen. Dat gebeurde namelijk door middel van een verplicht vak. En wat is een keuzedeel nu zonder keuze? Studenten vonden dit vreemd en gingen hierover in gesprek met docenten en de teammanager. Het resultaat: er worden nu meerdere keuzedelen aangeboden, zodat studenten daadwerkelijk kunnen kiezen.

Tot slot

Colleges, opleidingen en teams binnen ROC van Twente vullen positieve educatie op verschillende manieren in, maar steeds op basis van dezelfde gedachtegang: een verbreding van het perspectief op leren. Door op dagelijkse basis bezig te zijn met het welbevinden en de betrokkenheid van leerlingen, lukt het de intrinsieke motivatie van de studenten te verhogen. Dat leidt tot versterking van het leerproces en de kwaliteit van het beroepsonderwijs.

“Ik heb in mijn lange loopbaan veel projecten meegemaakt. De meesten vervaagden snel weer. Ik hoop dat dat met PEP niet gebeurt.”

Enkele deskundigen

Bronnen

Relevante websites

Dit bericht heeft 1 reactie

  1. Ik heb enkele reacties op dit artikel.

    1. Dat menselijke kwaliteiten als veerkracht (resilience), betrokkenheid (engagement) en betekenisgeving of zinduiding (meaning) een geïntegreerd onderdeel uitmaken van het schoolcurriculum is zeer waardevol, zeker wanneer dit niet als trucje of appetizer wordt ingezet. Op het belang van een positieve emoties (positive emotion) kom ik nog nader terug.

    2. Het is goed dat er onderzoek en initiatieven op dit terrein plaatsvinden. Elke interventie in deze geest in het actuele onderwijs biedt de mogelijkheid voor de betrokken docenten om hun educatieve inzichten en repertoire te verruimen. In het bijzonder wanneer de achterliggende kennis voor de betrokken docent tot een ‘levendige evidentie’ is geworden.

    3. De meeste interventies resulteren in een positief effect op het lesgebeuren en de leeropbrengst, zeker op de korte termijn. Helaas ontbreken betrouwbare cijfers op de lange termijn. Er is slechts in zeer beperkte mate sprake van longitudinaal onderzoek op grote schaal in het onderwijs. Het is dan ook de vraag waardoor het positieve effect van de interventie is opgewekt. Een van de meest voorkomende factoren in dit verband is het enthousiasme van betrokken onderzoekers en docenten, envan de extra aandacht in het algemeen (Hawthorne-effect).

    4. Wat opvalt is dat de genoemde bronnen van weinig recente datum zijn, terwijl de deelonderzoeken in het meest recente artikel (Goldberg, 2020) op zichzelf nog weinig overtuigende resultaten laten zien. Voor stellige conclusies is m.i. nog weinig reden. Meer onderzoek is nodig.

    5. Ten slotte. Er is veel verwarring en discussie omtrent het belang van positieve emoties (positive emotion). Kort door de bocht: in handen van de leek of de pseudo-wijze resulteert het in de praktijk al gauw in het ‘geven van een goed gevoel’ – in effectbejag dus. Net als het jonge kind dat voor het ondergaan een coronatest of het verwijderen van tandsteen standaard een cadeau krijgt. Het behoeft geen betoog dat zoiets al gauw problematisch wordt voor bijvoorbeeld het verkrijgen van veerkracht (resilience).
    Kortom, de door Seligman e.a. genoemde kwaliteiten veerkracht (resilience), positieve emoties (positive emotion), betrokkenheid (engagement) en betekenisgeving of zinduiding (meaning) zijn weliswaar gemakkelijk te noemen, maar in de dagelijkse praktijk – ook die van het onderwijs – bijzonder moeilijk te doorgronden in hun volle diepte en reikwijdte. Dat e.e.a. met weinig geduld, terughoudendheid en ‘authenticiteit’ tot averechtse gevolgen leiden.
    Wie enige relativering wenst van het teveel aan het goedbedoelde ‘positieve’, lees bijvoorbeeld: Antifragile (2012) van Nassim Taleb.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
Geef je mening over de Canon beroepsonderwijsInvullen kost een paar minuten van je tijd